Graden en leerjaren
-
De eerste graad bestaat uit het eerste en het tweede jaar van het secundair onderwijs. Je leert er je eigen mogelijkheden beter kennen.
-
De tweede graad omvat het derde en vierde jaar van het secundair onderwijs. Hier starten de onderwijsvormen waarin je een specifieke studierichting kunt volgen. Je kiest nu een richting die het best past bij je mogelijkheden.
-
De derde graad bestaat uit het vijfde en zesde jaar. Hier kies je een afstudeerrichting die je voorbereidt op het hoger onderwijs of op het beroepsleven. Deze graad heeft na sommige studierichtingen nog een specialisatiejaar.
Vier onderwijsvormen
De tweede en derde graad is opgedeeld in een aantal studiegebieden. Binnen elk studiegebied bestaan een aantal studierichtingen die tot een bepaalde onderwijsvorm behoren.
Zo kennen we vier onderwijsvormen (in alfabetische volgorde):
-
ASO (algemeen secundair onderwijs)
De studierichtingen omvatten vrijwel uitsluitend algemeen vormende vakken en ze bereiden je voor op het hoger onderwijs. Het is dus niet de bedoeling dat je je studies beëindigt na het zesde jaar ASO.
-
BSO (beroepssecundair onderwijs)
Je leert hier al doende een beroep. De klemtoon ligt vooral op praktijkvakken.
Veel leerlingen volgen achteraf een specialisatiejaar.
-
KSO (kunst secundair onderwijs)
In deze studierichting krijg je naast een brede algemene vorming ook een creatieve vorming. Je leert kunst tevens begrijpen en aanvoelen.
Achteraf kan men in het hoger onderwijs verder studeren of een eigen weg zoeken in een kunstdiscipline.
Onze scholengemeenschap biedt deze onderwijsvorm niet aan.
-
TSO (technisch secundair onderwijs)
De studierichtingen hebben zowel een algemeen vormende als een technische inhoud. Na het TSO kan je een beroep uitoefenen of verder studeren in bepaalde vormen van het hoger onderwijs.